Nu is het alweer even geleden dat ik studeerde (ik ben afgestudeerd in 1998), maar de laatste tijd hoor ik om mij heen steeds vaker verhalen over hoe het er tegenwoordig aan toe gaat in de collegebanken.
Een vriendin van mij is docent aan de Hogeschool van Amsterdam. Zij vertelde mij dat er nauwelijks nog boeken aan te pas komen en studenten met papieren agenda’s schijnen al helemaal niet meer te bestaan. E-readers, smartphones en tablets hebben de boekentas en de agenda overbodig gemaakt. Lijkt me trouwens wel handig, want dat scheelt een hoop gesjouw.
Ook op de middelbare school is de technologie helemaal doorgedrongen. Leerlingen geven tijdens de les niet meer stiekem briefjes door: ze pingen en sms-en constant. Als er een tentamen is, hebben de leraren er een hele klus aan om alle mobieltjes buiten de deur te houden. Want met een smartphone is spieken natuurlijk wel heel eenvoudig.
Veel van onze persoonlijke gegevens zwerven rond bij diverse dienstverleners zoals Google en Facebook. Tim Berners-Lee pleit ervoor dat wij de beschikking over deze data opeisen.
Er wordt veel gezegd en geschreven over de waarde van persoonlijke gegevens voor grote bedrijven en adverteerders, maar we staan er vaak niet bij stil dat deze data ook voor onszelf nuttig kunnen zijn.
In een interview met The Guardian legt Tim Berners-Lee, een van de grondleggers van het World Wide Web, uit hoe belangrijk het is dat wij zelf kunnen beschikken over onze persoonlijke data: ”Mijn computer heeft een goed beeld van mijn fitheid, wat ik eet, welke locaties ik heb bezocht. Mijn telefoon weet hoeveel ik beweeg, hoeveel trappen ik oploop enzovoort.”
Nuttig Deze persoonlijke gegevens kunnen heel nuttig zijn. Maar dan moeten onze computers toegang krijgen tot deze data die momenteel worden geherbergd door andere partijen.
18 November 2011 om 12:00 · Geplaatst in Onderzoek
90 procent van de Nederlanders is actief op internet in zijn vrije tijd. Gemiddeld is men drie uur en zes minuten per dag actief op internet, 24 minuten meer dan in 2010.
Dit blijkt uit het Trendrapport ‘Computer- en Internetgebruik 2011’ van de Universiteit Twente door Alexander van Deursen en Jan van Dijk. Volgens het rapport wordt internet steeds meer een eerste levensbehoefte. Jongeren en hoogopgeleiden zouden echter meer profiteren van internet dan ouderen en laagopgeleiden. Hierdoor dreigt een digitale kloof tussen bevolkingsgroepen.
Onderzoeksbureau Gartner heeft een nieuwe Hype Cycle gepubliceerd. Altijd interessant om te lezen ‘what’s hot or not’ en wat een technologie de komende jaren gaat betekenen.
Er zijn eigenlijk meerdere hypecycles, verdeeld over drie categorieën: ‘Technology and Application’ – met onder andere BPM, CRM en ERP – ‘Information and IT Service’ - met onder andere Enterprise Information Management (EIM) als verzamelnaam voor ECM/WCM/DMS/etc. – en ‘Industry’.
Van alle Nederlandse internetgebruikers heeft in 2010 86 procent wel eens een website van de overheid gebruikt. Dat was vier jaar geleden nog 69 procent. De groei zit vooral in het gebruik van gemeentelijke online diensten.
Dat concludeert het Center for E-government Studies van de Universiteit Twente uit haar onderzoek ‘De eOverheid vanuit gebruikersperspectief’. Het online kunnen aanvragen van een uittreksel uit het GBA of een vergunning, het via een website kunnen melden van kapot straatmeubilair of het online indienen van de belastingaangifte wordt gewaardeerd. De kwaliteit en het gebruik van dergelijke online dienstverlening van gemeenten en Rijksoverheid nemen gestaag toe, maar de groei is “niet onstuimig te noemen”.
Vrijdag 17 december is Nederland een doctor rijker. Die dag promoveert Alexander van Deursen op ‘Internet Skills’.
Met de subtitel ‘Vital Assets in an Information Society’ geeft Alexander al aan waar het om gaat: internetvaardigheid is een belangrijk in onze informatiesamenleving. Een van de stellingen die Alexander gaat verdedigen is dat een verschillende beheersing van de internetvaardigheden de potentie heeft om bestaande vormen van ongelijkheid te versterken.
Steeds meer bejaarden maken gebruik van sociale netwerksites als Facebook en Twitter, blijkt uit een Brits onderzoek. Ook is het internet de perfecte plek voor ouderen om nieuwe liefdes te vinden.
Onderzoeksbureau Mintel heeft meer dan 2.000 ondervraagd over hun internetgebruik. Uit deze interviews bleek dat meer dan een derde van de vrouwen ouder dan 55 jaar websites als YouTube regelmatig bezoeken om gratis filmpjes te kijken.
7 September 2010 om 11:45 · Geplaatst in Onderzoek
Social media zijn niet exclusief voorbehouden aan jongeren. Juist dankzij het ‘sociale karakter’ maken ook ouderen massaal gebruik van sociale netwerken.
Amerikaans onderzoek van PewResearchCentre laat zien dat de groei van 50+ers op de sociale media in één jaar spectaculair is gestegen. Voor deze senioren in Amerika geldt nu dat 42% ook gebruikt maakt van de sociale media.Vorig jaar was dat nog slechts 22 procent. In de leeftijdscategorie van 50-64 is nu bijna de helft op Sociale Media (47 procent) en bij mensen boven de 65 jaar een kwart.
Gebruikers van Twitter zijn invloedrijk op het web. Voor bedrijven een belangrijke reden om Twitter in te zetten.
In bovenstaande tabel is te zien dat Twitteraars, in vergelijking met andere internet gebruikers, veel vaker berichten posten op fora, bloggen, reageren op blogs en reviews achterlaten. Ze zijn al actief op sociale media en weten hoe ze dingen online kunnen laten bewerkstelligen. Bovendien gebruiken ze gegevens van Twitter vaak om discussies op andere media voort te zetten.
Learn from 19 best practices in information management. With Microsoft, HP, Motorola, World Bank, KPN/Getronics, Harvard Business School, Essex County Council, Canadian Department of National Defence, Telstra, Wienerberger, and others.