
dé bron voor nieuws en achtergronden over online communicatie, contentstrategie, social media en informatiemanagement
Begrippenlijst
Verklaring van content management termen en afkortingen op alfabetische volgorde:
Accessibility Zie Toegankelijkheid.
Administrator Zie Beheerder.
Aggregatie Het op één plaats verzamelen van content uit meerdere bronnen.
AJAX Ansynchronous JavaScript en XML. Een verzamelnaam voor enkele technologieën (JavaScript, DHTML en XML) die het mogelijk maken om een webpagina dynamisch te laten interacteren met de gebruiker zonder zonder dat er steeds contact met een server moet worden gemaakt om data op te halen op basis van de respons van de gebruiker.
API Interface met behulp waarvan software met andere (standaard) softwarepakketten kan communiceren.
ASCII American Standard Code for Information Interchange. Een standaard om een aantal letters, cijfers, leestekens en andere symbolen te representeren en aan ieder teken in die reeks een geheel getal te koppelen, waarmee dat teken kan worden aangeduid.
ASP Application Programming Interface. Dienst waarbij de applicatie (bijvoorbeeld een cms) wordt gehuurd en waarbij de hosting en het onderhoud door de verhuurder wordt verzorgd.
ASP.NET Active Server Pages voor Microsoft .NET. Ontwikkelomgeving van Microsoft voor het maken van webapplicaties.
Asset Verzamelnaam voor afbeeldingen, audiobestanden en videobestanden. Deze worden steeds vaker beheerd in Digital Asset Management (DAM) systemen.
Audit trail Registratie van alle wijzigingen in de content.
Auteur Persoon die informatie mag toevoegen, wijzigen of verwijderen.
Authenticatie Mechanisme dat controleert of de gebruiker die zich aanmeldt ook daadwerkelijk degene is die hij beweert te zijn.
Autorisatie Toekenning van rechten aan gebruikers, bijvoorbeeld om (content) te lezen, te schrijven en te verwijderen.
Beheerder Persoon die het content management systeem beheert. Varianten zijn een systeembeheerder en een applicatiebeheerder.
Belasting Mate waarin het systeem de bestaande IT infrastructuur belast.
Beschikbaarheid Mate waarin de bezoeker of redacteur kan beschikken over de website of het content management systeem.
Beveiliging Mogelijkheid om het gebruik van en de toegang tot het systeem te beheren en de mate waarin met calamiteiten wordt omgegaan.
Bezoeker Persoon die de website of het intranet bezoekt.
Bezoekgedrag Gedrag van bezoekers, zoals gemeten in de bezoekstatistieken. Te verdelen in klikgedrag, herkomst, eigenschappen en gebruikte technologie.
BPEL Business Process Execution Language – een op XML gebaseerde taal voor de formele specificatie van bedrijfsprocessen en bedrijfsinteractieprotocollen.
BPM Business Process Management. Een methodiek voor het bestuderen, identificeren, veranderen en bewaken van bedrijfsprocessen.
Bruikbaarheid Gebruikersvriendelijkheid van een website, intranet of content management systeem. Denk hierbij aan de effectiviteit, de efficiëntie, de inzichtelijkheid, de leerbaarheid en de onthoudbaarheid van het systeem en de subjectieve waardering door de gebruiker.
Caching Methode waarbij veelgeraadpleegde dynamische pagina’s op zo’n manier worden opgeslagen dat zij voor bezoekers sneller op te vragen zijn.
Check in / Check out Controlemechanisme dat voorkomt dat gebruikers tegelijkertijd aan een bestand werken.
Classificatie Automatische rubricering van content, gebaseerd op bijvoorbeeld een thesaurus of een taxonomie.
Connectiviteit Het gemak waarmee verbindingen met andere (bedrijfs)systemen kunnen worden gemaakt.
Controlled vocabulary Keuzelijst van metadatabegrippen, bijvoorbeeld een lijst van doelgroepen op een website
Collaboration Binnen een afgeschermde omgeving kunnen werken aan dezelfde content.
COM / COM+ Component Object Model (COM en COM+). Softwarearchitectuur om applicaties op basis van componenten te bouwen.
Content De verzameling van ongestructureerde inhoud in de vorm van tekst, beeld, spraak en video.
Content Management Het systematisch plannen, ontwikkelen, beheren, distribueren, behouden en evalueren van content..
CMS Content Management Systeem. Geautomatiseerd systeem om content te ontwikkelen, beheren, distribueren en te behouden.
CoDB Cost of Doing Business. Alternatief voor ROI als de huidige kosten niet of niet volledig bekend zijn.
CPU Central Processing Unit. De processor van een personal computer (pc) of server.
CRM Customer Relationship Management. Methode waarbij een (geautomatiseerde) relatie met de klant wordt opgebouwd door kennis over deze klant te verzamelen en te beheren.
CSS Cascading Style Sheets. Standaardiseren de vormgeving van webpagina’s, zodat verschillende webbrowsers dezelfde pagina op dezelfde wijze weergeven en om de presentatie van content te wijzigen zonder de opmaakcode te hoeven veranderen.
CSV Comma Separated Value. Tekstbestand (ASCII) waarin elke regel een record vertegenwoordigd dat van het andere record is gescheiden door bijvoorbeeld een komma.
Data Gedigitaliseerde nog niet gerangschikte gegevens uit databases.
DAM Digital Asset Management. Beheer en hergebruik van afbeeldingen en multimedia als audio en streaming video.
DHTML Dynamic HTML. Maakt het mogelijk om HTML, style sheets en scripts te combineren in een bewegend element op de pagina.
DITA Darwin Information Typing Architecture. Een OASIS standaard voor het creëren van informatie die op verschillende manieren kan worden hergebruikt vanuit één bron.
Document management Het systematisch plannen, ontwikkelen, beheren, distribueren, behouden en evalueren van digitale documenten.
DOM Document Object Model. Een objectgeoriënteerde API (Application Programming Interface) om toegang te krijgen naar de elementen van een HTML- of XML-document.
DMS Document Management Systeem. Geautomatiseerd systeem om digitale documenten te ontwikkelen, beheren, distribueren en te behouden.
DocBook DTD die met name door uitgeverijen wordt gebruikt.
Drag & Drop De ondersteuning om een object in de interface met de muis op te pakken en ergens neer te zetten.
DRM Digital Rights Management. Mogelijkheid om betaalde content veilig te distribueren en illegale distributie te voorkomen.
DTD Document Type Definition. Set afspraken over de te gebruiken XML-codes.
Dublin Core Metadata standaard voor het beschrijven van digitale documenten.
EAD Encoded Archival Description. Methode voor het beschrijven van archieven in XML.
ECM Enterprise Content Management. De technologie, tools en methodieken voor het plannen, ontwikkelen, beheren, distribueren , behouden en evalueren van content binnen de gehele organisatie. Zie ook Content Management.
ECMAScript Een scripttaal variant van JavaScript die door ECMA International is gestandaardiseerd
Editing Het creëren en bewerken van content in een content management systeem.
Eindgebruiker Persoon die gebruik maakt van het content management systeem, waarbij de toegangsrechten afhankelijk zijn van de rol die deze persoon heeft.
Eindredactie Houdt toezicht op juistheid en consistentie van de site, begeleidt initiatieven, geeft ondersteuning en bepaalt sjablonen, DTD’s, vormgeving, etc. Bepaalt verder of content (online) mag worden gepubliceerd.
E-mail management Systematisch beheer en opslag van e-mail (met attachments).
ERP Enterprise Resource Planning. Methode waarbij alle (met name financiële en logistieke) bedrijfsprocessen met behulp van automatisering met elkaar worden verbonden.
Flexibiliteit De mate waarin het systeem kan worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en behoeften.
Firewall Middel om een omgeving te beveiligen tegen ongeautoriseerd gebruik.
Flat files Set van statische bestanden, in tegenstelling tot een dynamische site waarbij gegevens uit de database worden gehaald.
FTP File Transfer Protocol. Protocol voor bestandsoverdracht via Internet.
Global brand management Mogelijkheid om meerdere ‘merken’ naar keuze centraal of decentraal te beheren. Bijvoorbeeld wanneer in de Benelux een andere marketingcampagne loopt dan in de rest van de wereld.
Granulariteit Mate van opdeling (fijnmazigheid) van content in herbuikbare elementen.
GUI Graphical User Interface. Het scherm (hier in de meeste gevallen de browser) waarmee de gebruiker werkt.
Hoax E-mailbericht dat zogenaamd waarschuwt tegen een virus, terwijl de hoax soms zelf een virus bevat maar vaker nog een spam is. Andere hoax-vormen zijn kettingbrieven en gratis aanbiedingen.
Herbruikbaarheid Mate waarin (delen van) het systeem kan worden hergebruikt voor een nieuwe situatie, bijvoorbeeld bij een upgrade of een nieuwe markt.
HTML HyperText Markup Language. Hecht opmaakcodes aan bepaalde tekst- of figuurelementen. Een browser interpreteert deze codes en vertaalt ze in de juiste schermopmaak. voorbeeld: <h1><font face=”CourierNew”>Omeros</font></h1>.
HTTP Hypertext Transfer Protocol, een protocol voor verdeelde hypermedia informatiesystemen.
HTTPS zie HTTP, behalve de toevoeging van een encryptie-laag voor het beveiligd (Secure) verzenden van data.
Huisstijl Voorgeschreven geheel van opmaak, navigatie en toegestane structuur, eventueel met ruimte voor afwijkingen per deelomgeving.
IM Instant Messaging. Hiermee kan iedereen op Internet berichten uitwisselen door middel van teksten die door de ontvanger meteen te zien zijn in een speciaal venster. Men kan ook direct zien wie – binnen een bepaalde groep – online is.
Implementatietijd Mate van inspanning die nodig is om het systeem (en de organisatie eromheen) te implementeren.
Import Binnenhalen van content uit externe applicaties/databases. Dit kan ‘real time’, batch-gewijs of via een conversie.
Informatie De verzameling van content en data die mensen belangrijk genoeg vinden om met elkaar uit te wisselen.
Information retrieval Mogelijkheid om te zoeken naar content.
Interoperabiliteit Mate waarin systemen informatie met elkaar kunnen uitwisselen.
Investering Benodigd geldbedrag voor onder andere aanschaf, implementatie en onderhoud, met daarbij opgenomen de ‘return on investment’.
JDBC Java Database Connectivity. Door Sun ontwikkelde interface voor de koppeling tussen Java-applicaties en database management systemen.
IPM Internet Publicatie Model. Wordt door de Nederlandse Overheid ingezet om de interoperabiliteit van webinformatie mogelijk te maken en te waarborgen.
JavaScript Client-side, objectgeoriënteerde scripttaal om objecten op een webpagina te manipuleren.
JDBC Java Database Connectivity. Door Sun ontwikkelde interface voor de koppeling tussen Java-applicaties en database management systemen.
JPEG Joint Photographic Experts Group / JPEG File Interchange Format, een door ISO gestandardiseerde ‘verlieslijdende’ compressiemethode voor bitmap (raster) afbeeldingen.
JSR 168 Java Specification Requests 168, betreft een portlet specificatie.
JSR 170 Java Specification Requests 170, betreft een standaard API voor toegang tot content repositories.
JSR-286 Java Specification Requests 286, betreft een portlet standaard.
Kennis Een verzameling informatie, content, context en regels die kan worden toegepast voor een bepaald doel.
Klanttevredenheid Mate van tevredenheid van de bezoeker/klant.
Laag / layer Een applicatie/website bestaat uit verschillende ‘lagen’: hardware layer, database layer, application layer en presentation (user/content) layer.
LAMP Populaire software bundel op basis van Linux (OS), Apache (Webserver), MySQL (database) en PHP (programmeertaal).
LDAP Lightweight Directory Access Protocol. Protocol voor toegang tot een database met bijvoorbeeld de gebruikers van een bedrijfsnetwerk.
Levenscyclus (Lifecycle) Weg die content aflegt van creatie tot vernietiging.
Load balancing Het verdelen van het bezoek over meerdere servers en/of processoren om de belasting (en daarmee de beschikbaarheid) op een bepaald niveau te houden.
Localisatie De mogelijkheid om een omgeving (gebruikersinterface en content) centraal – of naar keuze (gedeeltelijk) lokaal – te vertalen naar naar een andere taal en cultuur.
Metadata Informatie over de informatie. Het toevoegen van metadata aan documenten verbetert de vindbaarheid, toegankelijkheid en begrijpelijkheid van deze documenten.
MIME-type Multipurpose Internet Mail Extensions, een format voor e-mail. SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) verstuurt e-mail in MIME-formaat.
Multi-channel publishing Ter beschikking stellen van informatie (en diensten) via meerdere kanalen, zoals internet, intranet en een vestiging. Content kan hierbij op allerlei platformen (Internet, WAP, SMS, spraak, e-mail etc.) worden gepubliceerd, op een voor het gekozen kanaal meest geschikte manier.
MVC architectuur Model-view-controller concept. Vergelijkbaar met de three-tier architectuur.
N-tier architectuur Client-server architectuur waarbij het systeem in lagen in verdeeld. Elke laag heeft een functie. Ook wel Multi-tier architectuur genoemd. De meest voorkomende n-tier architectuur is de ‘three-tier architectuur’ waarbij de presentatielaag, applicatie/business laag en data laag zijn onderscheiden. Communicatie tussen client en database gaat altijd via de middleware tier. (zie ook MVC architectuur).
NewsML News Markup Language. Door de nieuwsindustrie ontwikkelde vorm van XML.
NITF News Industry Text Format. Een vorm van XML voor de nieuwsindustrie.
ODBC Open DataBase Connectivity. Interface waarmee diverse databasesystemen men een gemeenschappelijke taal kunnen worden benaderd.
ODMA Open Document Management API. Standaard interface voor het beheren van documenten.
Onderhoudbaarheid De mate waarin het systeem door de organisatie zelf kan worden onderhouden, zonder tussenkomst van de leverancier of implementatiepartij.
Ontologie Conceptueel model van een bepaald domein, waarin alle relevante entiteiten en hun onderlinge relaties en regels zijn benoemd en vervat.
Ontwerper Persoon die de vorm van de website of intranet ontwerpt en beheert.
Ontwikkelaar Persoon die de structuur (en de koppelingen met de database) ontwerp en beheert.
Open source Software die kosteloos beschikbaar en te gebruiken is onder voorwaarden die garanderen dat het recht op vrij lezen, distribueren, wijzigen en gebruiken van de software gehandhaafd blijft.
OPML Outline Processor Markup Language, een XML-formaat dat het mogelijk maakt om gestructureerde informatie uit te wisselen tussen applicaties die op verschillende platforms draaien.
OS Operating system. Besturingssysteem van de pc of de server.
OTAP Ontwikkel-, Test-, Acceptatie- en Productieomgeving
OWL Web Ontology Language. Een semantische markup taal voor het publiseren en delen van ontologieën op het World Wide Web.
Personalisatie Het categoriseren van content en het onderscheiden en vastleggen van bezoekersprofielen. Hiermee wordt de bezoeker direct de voor hem/haar relevante informatie aangeboden.
PHP PHP Hypertext Preprocessor. Open source scriptingtaal om informatie te verwerken tot hypertext.
PNG Portable Network Graphics, een bestandsformaat voor het gecomprimeerd opslaan van bitmap (raster) afbeeldingen. Deze compressiemethode is ‘lossless’, dat wil zeggen dat geen beeldinformatie door de compressie verloren gaat.
Portal Een webgebaseerd raamwerk voor het integreren van informatie, applicaties en processen over de hele organisatie.
Portabiliteit Mate van integratie met de bestaande IT infrastructuur.
Portal integration Aanbieden van (gestructureerde) informatie uit databases en backoffice systemen.
Portlet Herbruikbaar webcomponent dat, op basis van regels, dynamisch content kan genereren.
Prestatie Prestatie van het systeem in termen van snelheid en efficiëntie.
Preview Mogelijkheid voor gebruikers om (gewijzigde) content alvast te bekijken voordat deze wordt gepubliceerd.
Productieserver Via Internet bereikbare niet afgeschermde server.
Profiel Eigenschappen/voorkeuren van de bezoeker die door de bezoeker zelf zijn opgegeven en/of uit het bezoekgedrag te herleiden zijn.
RCS Revision Control System. Bij het publiceren van een aangepaste versie van een document, worden alleen de wijzingen opgeslagen om schrijfruimte te besparen.
RDF Resource Definition Framework, een groep standaarden of specificaties die een model voor metadata (informatie over informatie) definiëren voor elektronische documenten.
Records management Duurzaam bewaren van digitale informatie.
Redacteur Houdt toezicht op juistheid van een deelsite, bijvoorbeeld van een afdeling, en bepaalt of content, wat de afdeling betreft, (online) mag worden gepubliceerd.
Repository Centrale opslagplaats voor allerlei zaken die voorkomen in een omgeving: content, vorm, gebruikers etc.
ReST Representational State Transfer, een model voor webservices dat volledig is gebaseerd op HTTP. ReST gaat ervan uit alles wat nodig is voor webservices al bestaat en maakt het gebruik van SOAP en UDDI dus overbodig.
RMA Records Management Application.
ROI Return on Investment .Mate waarin een investering zichzelf (op termijn) terugverdient.
RSS Real Simple Syndication, een toepassing van XML die het mogelijk maakt om xml-berichten op eenvoudige wijze uit te wisselen en via een rss-reader in te lezen.
Roll back Mogelijkheid om elke aangebrachte wijziging ongedaan te maken door een oude versie terug te zetten.
RTF Rich Text Format. Tekstformaat van Microsoft voor tektopmaakcodes.
SaaS Software as a Service. Zie ook ASP.
Schaalbaarheid Mate waarin het systeem is voorbereid op een (voorspelde) toename van intensiever of breder gebruik.
Security Zie Beveiliging.
Server Centrale computer waarop de website zelf (Webserver), het content management en/of de database is geïnstalleerd.
Single source publishing Het creëren van verschillende publicaties voor verschillende media vanuit één enkel brondocument.
Site Management Algemeen beheer van een website (o.a. beveiliging, techniek, huisstijl, statistieken).
SGML Standard Generalized Markup Language. Standaardtaal het ontwikkelen van (technische) documentatie in grote projecten.
SLA Service Level Agreement. Onderhoudsovereenkomst waarin het niveau van de dienstverlening tegen een bepaalde investering wordt vastgelegd.
SMIL Synchronized Multimedia Integration Language. Een mark-up taal waarmee multimedia presentaties op basis van XML kunnen worden gesynchroniseerd en geïntegreerd.
SOA Service Oriented Architecture. Definieert hoe twee of meerdere systemen XML-berichten met elkaar uitwisselen.
SOAP Simple Object Access Protocol of Service Oriented Architecture Protocol. Een protocol voor het uitwisselen van XML-berichten over computernetwerken met gebruikmaking van http.
Spam Ongewenste e-mail die tot veel tijdverlies en ergernis leidt, maar voor sommige afzenders blijkbaar lucratief is. Spam gaat steeds vaker vergezeld van een virus.
Spidering Methodiek waarbij een externe site wordt doorzocht en tegelijkertijd een index van de content wordt opgebouwd. Deze index wordt dan binnen de eigen omgeving opgeslagen. Hiermee is de externe site bij een volgende zoekopdracht beter te ontsluiten.
SQL Structured Query Language. Taal waarmee gegevens in een database kunnen worden opgevraagd.
SSL Secure Sockets Layer. Protocol voor het verzenden van vertrouwelijke informatie via Internet.
Staging server In afgeschermde omgeving geplaatste server waarop content vóór publicatie wordt geplaatst om de inhoud en het uiterlijk te kunnen testen en eventueel te wijzigen.
Style sheet Code waarmee de opmaak van alle documenten/pagina’s binnen een bepaalde omgeving wordt gedefinieerd.
SVG Scalable Vector Graphics, een taal voor het beschrijven van tweedimensionele grafische objecten in XML.
Syndicatie Aanbieden van content voor hergebruik en integratie met andere media.
Tag Code om tekstelementen op een eenduidige wijze te voorzien van extra informatie die kan worden gebruikt voor automatische verwerking van die tekstelementen. Zie ook Metadata.
Taxonomie Rubricering van begrippen volgens een bepaalde hiërarchie, met het doel om gegevens over personen, organisaties, gebeurtenissen en dingen te clusteren in (hiërarchische) groepen om ze vervolgens gemakkelijk te identificeren, te bestuderen en terug te vinden.
Thesaurus Lijst met trefwoorden waartussen semantische relaties bestaan, zoals synoniemen, gerelateerde termen en bredere termen. Dit maakt het mogelijk om content beter af te stemmen op de zoekvraag.
Template Sjabloon waarin de vorm van een pagina is vastgelegd. Het gebruik van templates garandeert dat content en vormgeving van elkaar worden gescheiden.
Testbaarheid De mate waarin nieuwe releases/ontwikkelingen kunnen worden getest in een afgeschermde omgeving die de operationele omgeving niet verstoort.
Toegankelijkheid (Accessibility) De mate waarin een website toegankelijkheid is bezoekers met een andere browser en/of besturingssysteem, of met een ander apparaat dan een pc, door mensen met een functiebeperking (waaronder blinden en slechtzienden), met een veelgebruikte browser, maar waarbij de JavaScript-functionaliteit is uitgezet, of door een ‘robot spider’ van een zoekmachine.
Topic map ISO/IEC 13250:2003 standaard om complexe informatiestructuren in kaart te brengen. Zie ook Ontologie.
Trojaans paard Kwaadaardig programma dat er uitziet als een goedaardig programma. Via een Trojaans paard worden virussen en wormen het computersysteem binnengesmokkeld evenals onzichtbare programmaatjes die vertrouwelijke gegevens op een computer verzamelen om die vervolgens naar de afzender van het Trojaanse paard te sturen.
UDDI Universal Description, Discovery, and Integration. Een XML-gebaseerde standaard voor het beschrijven, publiceren en vinden van Webservices.
Unicode De verzameling leestekens, waarvan een deel, via de codering van met name UTF-8, naar bits wordt omgezet.
URL Unique Resource Locator. Uniek Internetadres.
URI Unique Resource Identifier, een reeks tekens die een naam of adres representeert van een ‘resource’, Zowel URLs als URNs behoren tot de categorie URIs.
Usability Zie Bruikbaarheid.
User generated content Content door de gebruikers en bezoekers aangemaakt zoals content in forums, blogs, wiki’s, etc.
UTF-8/16 Unicode Transformation Format, karaktercoderingsets voor Unicode die voorzieningen bevatten voor het weergeven van de leestekens uit een groot aantal mensentalen.
Versiebeheer Het registreren van wie, wanneer welke actie heeft uitgevoerd op de content. Hiermee kunnen veranderingen worden getraceerd en zonodig ongedaan worden gemaakt.
Virus Agressief programma dat veelal verstopt zit in een e-mail, vermomd als plaatje of spelletje. Bij het openen van het bericht start automatisch het virusprogramma dat zich verder vermenigvuldigt en de computer besmet.
WAI Web Accessilibity Initiative. Richtlijnen van het consortium W3C voor de toegankelijkheid van webpagina’s voor blinden, slechtzienden en anderszins minder validen.
WCAG Web Content Accessibility Guidelines, een set richtlijnen die is ontwikkeld door het Web Accessibility Initiative (WAI) van het World Wide Web Consortium (W3C) met de bedoeling de toegankelijkheid van websites en webapplicaties te verbeteren voor fysieke gehandicapten en “alternatieve” user agents, zoals tekstbrowsers, screen readers en braille-leesregels.
WCMS Web Content Management Systeem. Geautomatiseerd systeem om webcontent te ontwikkelen, beheren, distribueren en te behouden.
Web 2.0 Verwijzing naar het concept dat eindgebruikers zelf informatie delen, applicaties gebruiken en samenwerken via internet. Ook wel ‘user generated’ genoemd. Voorbeelden zijn collaboration, bloggen, tagging, folksonomies en voting.
Web client Computer waarmee toegang kan worden verschaft tot het content management systeem.
Web content management .
Werkstroom/workflow Het gehele proces van creatie tot publicatie van content, waarbij een aantal goedkeurings- en wijzigingsslagen worden doorlopen. Een cms ondersteunt het vastleggen van regels en de afhandeling, bijvoorbeeld: wie is voor welke actie met betrekking tot een bepaald soort content verantwoordelijk en in welke volgorde moeten acties worden ondernomen.
Widget Kleine applicatie die kan worden aangeboden op het bureaublad of in een webomgeving waarmee de eindgebruiker een rss-feed te zien krijgt of toegang krijgt tot een applicatie op het Internet.
Wiki “Wiki Wiki” is Hawaiaans voor “vlug’”. Een wiki is een website waarop bezoekers zelf op een eenvoudige manier informatie kunnen toevoegen of aanpassen. Daarvoor is geen toestemming of toegangscode nodig.
Workflow management Routering van informatie-items in een organisatie.
Worm Virus dat zichzelf vermenigvuldigt door uit zichzelf besmette e-mails te versturen.
WSDL Web Services Description Language. Een op XML gebaseerd – en aan UDDI gerelateerd – protocol om informatie uit te wisselen in decentrale en gedistribueerde omgevingen.
WYSIWYG What You See is What You Get. Wordt vaak verward met Preview.
XForms Deze manier van het genereren van formulieren in XML maken ongeveer 80% van de scripting overbodig die nodig is bij HTML-formulieren voor bijvoorbeeld validatie en het bijhouden van relevante form controls.
(X)HTML (Extensible) HyperText Markup Language. Een taal om informatie te structureren voor weergave in een webbrowser. XHTML past de regels van XML toe om de HTML beter te kunnen onderhouden en verwerken.
XML eXtensible Markup Language. Een set richtlijnen om gestructureerde content te beschrijven in een leesbaar tekstformaat. Die content wordt daarmee voor het leesprogramma (XML-parser) vindbaar en bewerkbaar en is daarmee bruikbaar in elke omgeving, onafhankelijk van specifieke programmatuur.
XML Namespace Zorgen ervoor dat naamconflicten bij het gebruik van meerdere XML Schemas kunnen worden vermeden.
XPath Door XSLT gebruikte expressietaal om te verwijzen naar of toegang te krijgen tot (delen) van een XML-document.
XQuery Querytaal die het mogelijk maakt om informatie uit een xml-database te halen.
XSD XML Schema, biedt een middel om de structuur, inhoud en semantiek van XML-documenten in meer detail te beschrijven.
XSL eXtensible Stylesheet Language. Style sheet scriptingtaal voor de opmaak van XML. Er zijn nu twee varianten: XSLt en XSLFO. Zie ook Style sheet.
No comments yet »
Your comment
HTML-Tags:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>


